Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er ging een hond aan 't huilen in een huis daar rechtover en Matielde zei:

— Die stinkende hond jankt weer!

Die woorden deden Stiena uit haar gemijmer schieten. Ze klemde de lippen opeen en richtte zich als om te strijden, kwaad op haar eigen, die gevoeligheid niet begrijpend waaraan ze sedert enkele dagen ten prooi was. Maar telkens was dit zo, merkte ze op als ze iets van haar overleden zuster bij zich had. Onbewust speelde die dan steeds in haar herinnering, Tijdens haar leven was het zo heel anders ... Ze antwoordde plots bits;

— Ja, we hebben reeds enige slapeloze nachten doorgebracht door de schuld van die hond!

— Hij moest krevéren! wenste Matielde.

— Ja.

Daar komt de trein aan, hij zal mee zijn, verzekerde Stifnie, ik blijf nog'n beetje staan om hem eens te zien.

De twee zusters en Stifnie keken spoorhalwaarts waar de trein stond te zuchten en te steunen, in de verte. Men zag niets van hem dan een uitgevaagde dwarrel damp die de toren van ginds dorp deed wemelen. Indien hij rechtstreeks naar hiertoe kwam, zouden

Sluiten