Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze woorden werden uitgesproken met scherpe bitsheid, hoewel zacht. En nu begon Matielde met schrille stem hem te beschimpen. Hij was bijna rechtover hen; bij het gaan wentelden de slippen van zijn tuniek rondom hem. Hij bezag even de vrouwen met zijn blauwe, zachte ogen, knikte, en ging verder. Stifnie had ook geknikt. Matielde bezag haar daarom met een blik vol innige verachting. Stiena had zich niet bewogen, nog steeds waren haar blikken strak op hem gevestigd. De bitse woorden van haar zuster rotelden in haar gemoed, ze hadden er haat en vijandschap voor de vreemdeling, die geus, moeten verwekken, zij zelf deed haar best om te helpen die gevoelens in haar te voorschijn te roepen. Maar dit pogen bleek machteloos en ze werd niets gewaar dan een niewsgierige toegenegenheid voor hem en ze voelde daarbij zulke grote kalmte en rust dat het was alsof ze een korte wijle niet meer leefde.

Hij was voorbij: Stifnie had de blik van Matielde gevoeld en begon hem nu ook te beschimpen. Ze was bang door Matielde bepraat te worden: Neen, geuzen kon ze niet luchten. De vrouwen bezagen hem nog steeds. Zijn vierkante rug, de twee reken vanieder die

Sluiten