Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar die verhalen van Stifnie door het brein. Ja, het was daar altijd, het verliet haar eigenlik nooit, het lag als een loerende slang daar binnen of het kwam van buiten-af en wekte een sluimerend iets. O! het was zo hartstochtelik aangenaam, maar het was verboden en de straflFe van de ewige verdoemenis wachtte haar als ze er haar zinnen op zette. Van een machtige verbeeldingskracht kon ze in zich het gevoel opwekken van het snerpen van brandwonden en ze voelde de pijnen van de lekkende vlammen uit de hel. Maar die pijnigende gewaarwording kon het gefluister niet verdrijven dat ze hoorde. Rondom haar hing de grote, vervaarlike stilte vol bedreiging. Ze herinnerde zich dingen waarover ze zich schaamde. Ze wilde zich spoeden, maar vreemde invloeden verlamden haar bewegingen. Eindelik vluchtte ze naar beneden.

III.

Van Riebeeck was op zijn kamer — of tenminste de kamer voor hem bestemd — te recht gekomen.

Sluiten