Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de schipbreukelingen van het geheimzinnig eiland die rauwe schelpdieren aten, hij at zonder te weten, stuiten besmeurd met hammesmout dat een walgelike smaak had. Het ging binnen als honig. Hij betreurde bijna zulke afschuwelike kost niet meer te moeten verorberen. Toen waren ze doodarm. Maar zijn moeder kon van zijn betrekkelike welstand van nu niet meer genieten, ze was sedert lang gestorven.

Ja, toen waren ze doodarm . . .

Zijn blik versomberde een ogenblik omdat hij bedacht dat hij alleen genoot; deze die haar leven lang voor hem gezwoegd had lag nu in de kouê grond.

Er werd op zijn deur geklopt en hij schoot uit zijn triestige mijmering.

Het was de huisvrouw die de deur opende.

Meneer, zei ze, als je naar de mis wilt gaan is het hoog tijd, het is juist tien uren geslagen.

— Naar de mis? vroeg hij. Nu, zei hij lachend, daar zullen ze 't wel zonder mij doen!

De vrouw stond een wijle verpletst, met gapende mond.

Ga je naar de mis niet, meneer? vroeg ze eindelik.

Sluiten