Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lag hier nu geheel voor hem, te blakeren in de najaarszon. Nergens was een levend wezen te bespeuren. Stille, gesloten huizen die uitweken, in wisselwendende reien langs drie kanten, drie hoofdwegen zeker. Dat was dus alles wat overbleef van zijn geweldige jongelingsdromen toen hij meende ontdekkingsreiziger te worden en eens de stilte in een oerwoud te horen zoals Stanley die beschreven had. Maar toch deed het hem een vreemd en bitter genoegen te weten dat hij hier als een vrak kwam aangespoeld in een vreemd oord, ver van zijn geboortedorp. En dat niemand daar nog van hem wist of aan hem dacht. Hoe dikwels had hij met vrange wellust aan zo'n toestand gedroomd toen hij ginder in dat dorp, door de slachtersdochter, die hij beminde, versmaad werd om zijn lage stand. Werkten sterk gekoesterde wensen op de toekomst van een mens? Hij moest het wel denken, want zoals hij gewenst had was het nu, na lange jaren, vervuld.

Ja, in zijn jeugd stonden in gelid de rei van zijn wensen en in zijn later leven de uitvoering ervan in dezelfde volgorde. Zo had hij jaren gereden en gerost uit dienstplicht en voor zijn vermaak. Zo had hij een tijdlang

Sluiten