Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gene hij hoorde en zag: een eindeklok! dacht hij, er sterven ook mensen in dit stille dorp.

Was het de invloed van een ingeboren weten, of was het de herinnering aan het vroeger geleerde of geloofde ? maar deze gedachte deed hem huiveren om vage overwegingen, die van zeer diep opwelden, in kracht toenamen en hem een gewetensangst op het lijf joegen. Bestond er iets, bestond er niets? Maar de hemel welfde zich blauwendig en steeds eender in een onbereikbare koepel over hem, een gewelf dat steeds gesloten bleef. En daaronder was het een ewig opkomen en verdwijnen.

Daar kwamen de mensen van de mis. De jeugd die jokkend voortliep of in troepjes bleef staan. De kleine meisjes met hun kerkboek onder de arm statig en ernstig en gewichtig in hun zondagspak. De kleine jongens die geweldig deden door de gebaren die ze mieken om hun woorden kracht bij te zetten. Oudere boeren stonden hun pijpen te stoppen met trage hand, met gebogen knieën langsheen de baan of trokken de herbergen binnen; en de godvruchtige vrouwen liepen recht door met hun kerkboek in de hand met rappe voeten in flodderende rokken, of statige gang,

Sluiten