Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welke zonderlinge gedachten! Hij ging van het venster weg en bracht voort zijn boeken in orde.

IV.

Er was iets veranderd in het bestaan en de straat kreeg voor de vrouwen een biezondere aantrok. Het was alsof daar een manjeet lag die ze telkens en telkens ernaar heen dreef. Niet langer meer trokken de gedachten gezapig heen, bijna onbewust, toonloos, zonder gevoelschokkingen op de rietmus van de kletterende klosjes als lieden die een mazurka dansten in de verte en waarvan men alleen maar beweging zag.

Soms, ja, ging het zo nog. Maar dan schoot plots iets in hun brein — van waar kwam het7 — en dat dreef hun de deur uit en deed hen langs weerskanten de verlaten straat opblikken.

En op datzelfde ogenblik stonden daar ook andere vrouwen of ze kwamen juist toe en ze voerden dezelfde beweging uit, die, in het verloop van de tijd veelmalen herhaald, weldra werktuigelik werd.

Sluiten