Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den ze niet aJs echt en verdachten hen een heimelike vreugde te smaken wanneer ze door de jongens uitgelachen en bespot werden.

Ze trokken haastig binnen en overwogen achter de deur de raadselachtigheid van die man en hoe het mogelik was dat God zulk een mens liet bestaan.

— Dat is niet wel gehandeld van God, verzekerde Matielde de oudste.

Maar Stiena meende dat God daarvoor zijn geheime bedoelingen had.

En na een lange tijd kwam zij weer buiten kijken en zie, daar was juist weer een van die schojers. Het was de veertiende van Deman's. Hij had een kortewagen met zich en kwam van de overkant van de straat eventjes loeren of er niets af viel. Het achterste van zijn broek was hij kwijt en daar sleepten vodden langs zijn benen. Hij leek een broekvent met een waaierstaart. Hij naderde als een geslagen hond met knippende oogleden en demoedig wezen en daar stonden wel een koppel mooie ogen in het zwart gezicht van dat ventje.

Doch ze konden tot het hart van Stiena niet doordringen. Stiena had de zakdoek van haar overleden zuster nu in de wasgoed-

Sluiten