Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tering van de ketters en zei luide een bede op tot God opdat hij die heidense vent mocht verbliksemen door het vuur uit de hemel. Waarom dacht die nu plots aan Van Riebeeck? zij had hem niet gezien.

V.

Van Riebeeck had een verse pijp aangestoken, stond eventjes op en rekte zich uit. Hij had voor het ogenblik kapitein Hatteras vóór zich en was geheel verslonden geweest in de lezing van de avonturen van het geheimzinnig schip. Iets als een voortdurende jaging had hem aangegrepen.

Doch hij geraakte in overspanning en voelde behoefte zich eens te reppen, de aandacht verflauwde zo soms weieens, de hersenen waren werktuigen die rust behoefden. Hij liep wat rond, voorzichtig, zonder gerucht te maken, maar bewogen door een innerlike grote blijdschap zoals hij die in lang nog niet gevoeld had.

Klaar was het dat zijn jeugd terugkeerde. Alles wat hij dan had ondervonden, wat hij onherroepelik weg waande, ondervond hij nu

Sluiten