Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijkbaar nog wel met vragen te willen voortgaan maar toch zweeg ze, ze dierf niet verder meer aandringen en werd plots rood.

— Ze namen de zak elk bij een eind en sleepten hem voort. Toen ze de huizen naderden werd Stiena echter zeer bang. Wat zouden de mensen zeggen? Eigenlik was ze wel trots op zijn hulp en op zijn gezelschap, maar de kwade tongen dierf ze niet tarten.

Ze bleef staan en liet de zak neervallen.

— Ik ben benauwd, zei ze zacht.

— Zo! ziet ge iets? vroeg hij.

— Neen, voor de klaps van de mensen. Als ze me met jou zien . . .

— O, ze zullen er iets op weten dat ik u help! buitengewoon welwillend uw mensen!

— Ze antwoordde niet en bedacht maar dat ze altijd hetzelfde gedaan had. Hij zei:

— Die zak kun je toch alleen niet voortslepen !

Toen nam ze plots een besluit:

— Kom! zei ze.

En ze namen de zak weer op en gingen door, de scherpe spietsen tartend die van weerszijden de straat flikkerden van uit de ogen van de welwillende mensen.

Sluiten