Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met een zorgvol voorhoofd zoals betaamd aan een meisje dat steeds bezig is. Ze ging snel voort. Van Riebeeck kende haar reeds daar hij haar telkens ontmoette. Hij knikte half in gedachten.

Het was de tijd voor de hoogmis. De deur van de zusters stond open en Marie riep eventjes binnen om te vragen of ze straks gereed waren. De klok ging nog niet op maar Marie was nog op verre na niet gereed, zolang was ze daar bezig geweest; gelukkig had ze reeds heur haar gelegd en was ze gewassen. Ze vertelde aan Matielde die eventjes voor kwam dat ze daar boven geweest was op zijn kamer en dat ze toverboeken gezien had. Eendelike beesten waren daarop getekend, zodat men er bang van werd.

Daarop zachter:

— Hoe is 't met . . .

— O! ze heeft weer gejankt de hele uchtend, ze peinst zeker dat het daarmee zal verdwijnen! maar gedane dingen nemen geen keer. ledereen spreekt er schande van, van zo 'n oud dwaashoofd dat nu nog t zot in de kop krijgt ... en met 'n vreemde vent gaat wandelen. Maar ik zeg 't haar genoeg, zij gerust! Ze is van uchtend te kommunie

Sluiten