Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

val te verduren gehad, maar ze had pal gestaan en had hem laten uitwoeden. Van dit ogenblik af had ieder van de zusters haar eigen tafel

en eigen kost.

Doch Stiena had nog dageliks beschimpingen te verduren, ze doorstond die evenwel geduldig. Wanneer ze moede was ging ze zich een wijle elders vermeien, want daar zijn steeds mensen te vinden wier gelijke aard en eendere gedachten elkaar beïnvloedt en aantrekt zodat ze zich naderen, bewogen door onbekende drijfveren, en elkaar vinden en zich in eikaars gezelschap verheugen.

Stiena had dit gezelschap gevonden bij de vrouw van de stasieoverste. De stasieoverste zelf was een verre bloedverwant van haar, hij was haar eigen rechtswaard, maar ze zagen elkaar nooit. Zijn vrouw kende de zaak en wist van de gastvrouw welk een leventje Stiena had. De vrouw was daarop medelijdend en liefderijk aan Stiena beginnen denken en deze, die in haar bed lag, voor alle invloeden ontvankelik, dacht: die vrouw van Teodoor (de stasieoverste) lijkt mij een goede ziel, ik zal wel soms tot bij haar gaan ... ik moet

tot bij haar gaan . . .

En dat verlangen klom tot een noodzaak

Sluiten