Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delgbare wellust. Ze voelde de slagen ervan in haar borst, ze ademde sneller, haar ogen verwijdden en glinsterden, daar waren de fluisterende stemmen en de steunloze verlatenheid. Opniew kwam de afgunst tegen haar zuster, de beeltenis van Van Riebeeck, een herinnering, of iets dat in haar was en een herinnering geleek. Het was een grote haat die ze nu heftig voelde, een vraakplegen met wulpsheid doortrokken. Ze herinnerde zich onmiddelik een toneel en, de handen boven het hoofd kruisend, keek ze er naar.

Ze was een heel klein meisje en had stokken aaneengebonden in de vorm van kruisen en andere stokken eraan die de gekruisigden moesten verbeelden. Ze had ze in de grond geplant en was toen met een wilde haat en vreedheid op de middelste, Hem, beginnen slaan met een stok en een zweep, tot haar hartstochtelik geschreew de aandacht van haar moeder trok die ze met geweld van de kruisen had weggesleurd. .

Zodus, ze was haar vroeger reeds bekend geweest, die wellust. Toen had Hij haar ook nooit gestraft. Waar was die straf? Ze sidderde plots en bedacht dat haar eenzaamheid van later tijd misschien die straf uitmiek.

Sluiten