Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf was haar volkomen onverschillig en ze schonk er geen de minste aandacht aan. Wanneer ze haar boterhammen gesneden had, schonk ze zich koffie en dronk een slok. Toen scheen het alsof aan die koffie iets vreemds was en ze poogde na-te-denken, doch het was vergeefs en ze begon werktuigelik haar boterhammen te verorberen.

Stiena stond toen ook op en bereidde haar eten. Ze verkeerde steeds in de vrees dat haar zuster iets kwaads verzinde, doch Matielde bleef zwijgen. Dat zwijgen woog loodzwaar over 't huis en Stiena voelde er zich naar van, ze kon niet eten. Wat had haar zuster 'n kop!

Het was nu geheel donker geworden en Stiena keek door 't venster naar buiten. De dagen waren zeer gekort en de winter naderde snel. Ze voelde hem naderen, doch ook over haar viel hij in en ze huiverde want ze had plots een behoefte gevoeld, iets zeer innerliks dat van zeer ver kwam, had met een glimp zijn herinnering in haar gedachten doen lichten. Maar daar was niets waaruit ze kon opmaken dat ze steeds zijn gezelschap zou hebben als een afgegrendelde nooddruft waar ze van tijd tot tijd bij gelaten werd en waaraan ze een gedeelte van haar levensvoedsel kwam

8

Sluiten