Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plek werd bepaald waar men hem zou zetten. De werkman zou ze omspitten en mesten.

Daar kwam Stiena met haar brei en zette zich nevens mevrouw op de bank. Het begon koel te worden ondanks het weer tijdens de namiddagen nog ietwat verwarmd werd door een mooie najaarszon. Doch het was begin November. De vrouwen hadden dikke borstdoeken aan want, hoewel de wind heel licht was, deed hij zich goed gevoelen daar hij uit het noorden kwam.

— Hoe is 't nu met uw zuster? vroeg Van Riebeeck aan Stiena.

— Altijd gelijk. Ze spreekt nooit of het zijn ja en neen's, geen woord meer. Daar was niemand die er iets van verstond. En met iedereen was ze gelijk. Wanneer ze naar de winkels ging nam ze alles zonder tegenspreken. Zij, die vroeger altijd op alles iets wist en bovendien uren lang van allerlei lieden kwaad wist te vertellen.

— Zou ze nu gezworen hebben om nooit meer te spreken en alzo boete doen voor al het kwaad dat ze gedaan heeft ? vroeg Van Riebeeck lachend.

— Dat hebben er al meer gezegd, zei Stiena en werd rood want ze dacht dat ze ook

Sluiten