Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zachte zaligheid. Hij was half bedwelmd en keek haar glimlachend aan met gulzig genot. Hij zei:

— Ik weet niet hoe dat komt, maar ik heb niets tegen hem in 't biezonder, ik ben zo met al mijn oversten en weet mij niet te herinneren dat ik ooit anders geweest ben. Ik ben wantrouwend tegenover hen en mijn beleefdheid is maar een vorm van weerbaarheid. Ware ik gewoon met hen dan zou ik steeds vrezen dat ze van mij misbruik zouden maken en dat ik, door mijn handelwijze, mijn recht op verdediging zou verloren hebben of het niet meer zou kunnen uit karakterzwakheid. Nu stoot ik ze van mij af door mijn onvriendelikheid en koele bejegening, ik kan niet anders, het is boven mijn macht anders te handelen.

Hoewel ik mij herinner altijd zo geweest te zijn, zo geloof ik toch de oorzaak van die bijna werktuigelike afstoting te kennen. Ik was vroeger telegramdrager. Die jongens worden gebruikt tot allerlei doeleinden in kleine stasies. De meesten vragen niet liever, ze zijn ermee op straat. Ik was van een ander gedacht, ik las en leerde gaarne en mijn meesters van toen konden mij onmogelik op een stoel

Sluiten