Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door een plotse schok. Ze voelde vroeging over iets dat zo niet onmiddelik in haar bewustzijn drong, maar dat als de weergalm was van iets dat ze vroeger reeds gevoeld had. O! ja, daar wist ze 't: haar zuster, die nu zo alleen en verlaten leefde terwijl zij thuis uitliep en geluk, misschien verboden geluk, genoot.

Ja, ze had daar reeds iets van gevoeld toen ze na de noen, en ook de vorige dagen, het huis verliet. Het was of zei haar een stem: blijf hier! En het gesmaakte geluk leek haar nu een misdaad.

Het werd tijd dat ze er ernstig aan dacht. Vaag reeds was ze dageliks bekommerd en mijmerde over haar zuster zonder er wijs uit te worden.

Had ze berouw over al het leed dat ze haar berokkend had en wachtte ze naar een woord van Stiena om aan dat gevoel uiting te geven? of koesterde ze integendeel een koppige haat?

O ja! ze had te lang gewacht alvorens er ernstig over na-te-denken, te veel tijd was er verlopen waarin ze in een stadige dommeling verkeerd had. Was het een straf van de hemel ? Ze moest het zich zelf wel bekennen: Ze

Sluiten