Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze stapte zó in gedachten voort dat ze Marie niet zag die op haar afkwam. Marie riep haar eventjes en Stiena was wel gedwongen bij de moei binnen te trekken.

— Kom je van de stasie? vroeg Marie.

— Ja, antwoordde Stiena, en daar was een inwendige stem die haar zei: je doet daar kwaad! haar hart begon heftig te kloppen en ze bezag Marie met angst in de blikken.

— Is meneer Van Riebeeck al weg? vroeg de andere verder.

— Neen, hij was daar nog! antwoordde Stiena gejaagd.

A! 't is goed! Ik dacht dat hij me vergeten had! Hij heeft me'n potje reseda beloofd, van avend.

Nu voelde Stiena haar hart stille staan alsof ze ging sterven en ze kon geen woord uitbrengen. Het was een plotse, hevige smart.

— Zij maar gerust, zei de moei, hij zal 't niet vergeten!

— Neen, dat peins ik ook niet, antwoordde nu Stiena, hij vergeet niet licht wat!

— Hij gaat daar dikwels in de stasie ? vroeg Marie.

— Ba, toch zoveel niet! 's uchtends als hij

1 ' 9

Sluiten