Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik heb zo 'n goeste om eens te gaan wandelen! ga je niet mee zo eens tot aan de stasie? vroeg ze aan Stiena.

— Neen, ik moet naar huis, zei Stiena.

— Zegt hij je nooit iets? vroeg Marie weer, heeft hij je niet gezegd dat hij mij 'n potje reseda beloofd heeft ? Spreekt hij nooit van trouwen ?

Stiena verstond haar bijna niet, zo gejaagd sprak ze.

— Ik heb hem nog nóóit over trouwen horen spreken.

— En plagen ze hem ook niet daarover bij de sjef?

— Neen!

Marie keek weer met een haastige hoofdbeweging de straat op. Daar naderde in de verte een schaduw.

— Ik geloof dat hij daar is, zei ze.

En haastig trok ze vóór de spiegel, duwde met haar handen over 't haar en stak in de dots een speld met blinkende stenen die even boven haar voorhoofd schitterden. Daarop nam ze een veelkleurige borstdoek, wierp hem over haar schouders en keek toen nog eens in de spiegel. Vervolgens ging ze terug in 't deurgat staan.

Sluiten