Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Zot geworden? vroeg moei.

— Ja, ze wilde de mis doen als ik binnenkwam, ik heb het haar willen beletten en ze is van haar zelf gevallen.

Ze nam al die dingen weg en voelde een groot wee dat niet meer van haar weg wilde en haar onrustig miek, gejaagd en bekommerd. Het andere toneel voegde zich daarbij en vergrootte haar droefenis zonder dat ze er zich tegen verzette, ze overtuigde zichzelf dat ze moest gelaten zijn om te boeten voor haar zonden. Maar Marie kon ze niet zien. Ze bleef sprakeloos over de mannen gebogen staan en keek naar haar zuster. Het was haar schuld dat ze nu in die toestand lag. Ze bad en hoopte met kloppend hart dat het mocht beteren en ze genezen ontwaken zou. Ze zou nu bij haar blijven en haar verzorgen, en niet meer het huis verlaten om elders misdadig verkeer te zoeken, want het was misdadig verkeer, iedereen lei het zo uit en ze voelde best dat ze niet goed gehandeld had. Hier was nu de onherstelbare straf. Stiena vrong zich, innerlik jammerend, de handen.

Daar heerste veel geweld en gebabbel in de keuken en de gang en op straat en de

Sluiten