Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Xlll.

De grote dag was nu aangebroken. Reeds heel vroeg in de uchtend was Doken in de weer om de vlag uit te hangen. Het was een hels weer, er woei een geweldige westenwind en Doken werkte dat hij zweette aan de vlaggestok, doch die werd telkens teruggeslagen en hij gelukte er niet in hem vast te haken. Op een ogenblik verloor hij 't evenwicht en struikelde Voorover in de ruimte. Beneden kwam hij in het zwijnekarteel terecht. Het zure brouwsel spatte wijd en zijd uit naar alle kanten en bedwelmde Van Riebeeck die zich daarnevens stond te wassen en helemaal vol geplonsd werd. Met een vage schemer had hij evenwel alles gezien en met de ogen vol maling tastte hij in het hoge karteel waar hij de voeten vond van de knecht die op zijn hoofd stond. Van Riebeeck keerde snel een houten emmer om stelde er zich op en trok de knecht uit zijn hachelike toestand.

Alles was zo snel gebeurd dat de andere nog bij zijn-zelf was. Hij schudde zich als een poedel die uit 't water springt en hijgde en blies als een genter. De vrouw kwam buitengesprongen en Van Riebeeck zei dat hij

Sluiten