Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

konijn en een koppel duiven. Om vijf ure stipt zou het bollen beginnen. Reeds waren talrijke vrouwen binnen gekomen en zaten langs de muren geresemd, vertelden niews en lachten met schelle stemmen. De mannen doolden rond en rookten en dampten aanhoudend. De jonge lieden vertelden kluchten en vette geschiedenissen of staken grappen uit. Al de tafels waren vol bezet in al de plaatsen beneden behalve in de keuken waar men wafels bakte en pannekoeken. Alles bewoog zich vaag in een nevel van tabakswalm die naar de zolder opsteeg en weer neerdaalde en er hing door het hele huis een oorverdovend geraas waarin men moest schrewen om verstaan te worden.

Fred, de goederenbeamte was ook gekomen. Hij en Van Riebeeck hadden zich achter in de herberg gezet, daar zagen ze ze allen binnen komen en Fred, die alle niewtjes wist, liet aan Van Riebeeck al zijn aanstaanden zien. Daarmee vermaakten ze zich buitengewoon vooral echter wanneer een van die juffrouwen naar hen toe kwam.

Anna, de dochter van de beenhouwer was een van de eerste. Fred zei haar:

— Van Riebeeck is moe van zuchten!

Sluiten