Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets af, een kieken, een stuk van 't varken, 'n turk, zoals ze hier zeggen, of een Armenier, voegde hij er lachend bij. Ge zult kunnen turken verslinden, jongen, misschien nog Abdul-Hamid in persoon, boe!

Maar Fred lachte bedwongen en vrong voort aan zijn knevels. Daar zou hij zekerlik uitvringen wat hij doen moest, en dat kwam. Plots zei hij:

— Ik ga er achter!

— Nu zo ineens?

— Och! ja, ik verkeer er al half-en-half mee.

— Goeie kans dan, zei Van Riebeeck, lachend.

En Fred ging. Mevrouw Bollekens zette zich bij Van Riebeeck en sprak hem over de twee jonge dochters. Ze was in hun huis geweest, Stiena ging niet meer uit. Wat haar zuster betreft, die was in stilzwijgen vervallen en liet dit maar om op haar zuster te schelden. Stiena had 'n ellendig leven.

De oude weduwe Vervaet, moei, kwam nu ook bij. Ze was voorop gekomen want het bleef duren eer haar nicht Marie gereed was. Ze had bovendien maagpijn, dat overkwam haar nog en reeds tweemaal had ze haar

II >2

Sluiten