Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedacht in hem op zich op het noodlot te vreken en de plots opkomende beeltenis van Marie schonk hem daartoe gelegenheid. Ze kwam op met een dicht waas van bekoring rond haar en deed hem onmiddelik verstijven door de kwade voornemens uit de voormiddag die door haar herinnering werden heropgedolven. Hij zou genieten, ja, hij zou, vermits voor hem toch geen eigenlik geluk was, want hij was helemaal in wanhoop om het achterblijven van Stiena. Sedert lang geloofde hij niet meer, doch niettemin weet hij zijn mislukken onwillekeurig aan enig machtig, verholen wezen, dat hij dan, als hij nadacht, het noodlot noemde. En juist omdat hij niet kon nalaten zo 'n wezen in z'n levensomstandigheden te mengen, kwam de gedachte aan vraak op, want die zou anders geen de minste reden van bestaan hebben.

Hij zou zich dus vreken op het almachtige noodlot.

Terwijl hij zo in overdenking zat en zijn passies aanhitste en deze leken aangehitst te worden door iets van buiten-af dat hem ook beinvloedde terwijl hij aan andere dingen dacht, kwam daar Marie-zelf, dik en bondig lijk een hooibundel, in 't midden

Sluiten