Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welig tierde en alles versmachtte. Van Riebeeck stond op en ging buiten. Het was stikdonker, het geraas volgde er hem doch veel verminderd en als op afstand. Hij deed een paar schreden en ontmoette haar zoals hij verwacht had. Ze verschoot en hij zei met schorre stem:

— Gaat ge al naar binnen?

Hij trok en vrong aan zijn knevels, ze stond dicht bij hem.

— Ja, antwoordde ze, het is hier maar enig buiten.

Maar ze ging niet.

Hij wist niet hoe het gesprek voortzetten.

Zij echter herbegon weer:

— Ik heb het erg aan de maag. Ik heb mijn keurs afgelaten en toch is het niet beter. Ik ben heel ongemakkei ik.

— Ja, dat is pijnlik, hoorde hij zijn eigen verklaren zonder dat hij op zijn woorden anders acht gaf. Nu, 'n vrouw is nog best zonder die stokken, waarom moeten ze dat aan hebben?

Hij sprak al hortend en stotend en reeds tastten zijn handen over haar borst. Ze trok zich achteruit maar sprak niet. Hij bleef'n ogenblik als bang van zijn eigen geweld, toen vatte

Sluiten