Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoorde men nu zeker op grote afstanden. Ver zag men niet door de dichte sneewval, hij zag zich helemaal alleen en alles was vreemd, het was zo van jaren her en leek een noodzakelikheid waartoe hij gedreven geweest was en waarin zijn geest immer gedweept had, een triestig behagen had geschept. Hij herinnerde zich zijn lezingen in de oude bijbel en de grote aantrek die het zwervend leven van de aartsvaders op hem uitoefende. Doch nu overviel dit leven hem plots als een ijlheid vol waan, een bodemloze afgrond, een langzaam verzinken in 't niet. En hij keek wanhopig rond zich, doch zag niets en voelde een griezelige rilling over zich trekken wijl hij inwendig jammerde over de troosteloosheid van zijn bestaan.

Hij hoorde weer de stem, nu zoetsappig, tegen zijn oren en hij keerde zich geërgerd om. Daar stond de weduwe vlak voor hem met haar sidderende mutselinten en haar door de sneew bezwaarde en verstijfde bevers. De weduwe keek hem kalm aan met haar wegwaterende ogen doch ze was gedwongen te pinken omdat de sneew op haar oogleden viel. Van Riebeeck gaapte haar aan als zag hij een spook en hij wist nu ook plots niet

11 13

Sluiten