Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rukking. Ze kwamen haar spreken over geheime wellusten, over niewe verrukkingen. De duivel, Satan, O! wat was hij goed! en welk een genot werd haar door zijn enkele nabijheid geschonken!

Weer loerde ze tersluiks naar haar kletterende zuster, want onder 't geweld van de drang had ze op haar stoel zitten frikkelen. Doch Stiena merkte niets en ze hield zich nu muisstil om van het wondere gehoor te kunnen genieten.

Stil! Wat was dat? de hel, de ewige vlammen, de altijd-durende ewigheid, het laatste oordeel, wie kwam daar nu mee voor de dag in dat ogenblik van genot? Zo werd steeds alles dus gestoord door een geheimzinnige werking, de gedachten kwamen plots zonder ze wist van waar, mengden zich ondereen en streden tegen elkaar. Wat was dat? haar engel-bewaarder? die had ze niet nodig, met hem had ze geen uitstaans meer, hij had haar niet gelukkig kunnen maken.

Ze gaf niets om de hel en om het ewig branden. Die gedachten waren slechts een oppervlakkige trilling van haar hersenen, een vage weergalm dat op geen herinnering steunde, de gedachte aan de deugd was niet geworteld

Sluiten