Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wicht van een kloek-geevenredigde, sterke zie] op een door-hartstocht-gebrokene. Ze vreesde en haatte haar, die vrees was het enige wat haar nog weerhield zich voJop aan haar-zeJf over te Jeveren. Maar ze voelde alleen dat overwicht en wist niet meer waaraan het toe-te-schrijven daar ze zelf geen morele zin meer bezat. Matielde's vrees was zuiver instinktmatig geworden, werd het nog meer naarmate ze redelozer werd. Doch er bleef haar een zekere schaamte over of schuwheid als het laatste merkteken van een strenge opvoeding misschien, misschien was het ook slechts de bangheid omdat haar zuster haar alle zedeloze handelingen verbood.

Ze hoorde de stem van een man en werd seffens overgeleverd aan heftige gemoedsaandoeningen; ze was als een bezetene. Van Riebeeck kwam binnen met de stasiesjef en mevrouw Bollekens. De twee mannen groetten Matielde en schouwden verwonderd in haar verwilderde ogen. Allen zetten zich en mevrouw Bollekens begon dadelik een-enander te vertellen terwijl Stiena het vuur oprokelde en de stoof opvulde want de bezoekers rilden in de koude keuken. Matielde had geen groet weergegeven. De andere

Sluiten