Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen prachtige ogen bezat ze nog, volmaakte zintuigen waaruit al het mooie van haar innerlik straalde.

Stiena was ook veel zenuwachtiger omdat hij daar was. Anders dacht ze aan hem uit de verte, bleef in de lege dagen bij zijn doen en laten en had willen in z'n plaats alles doen om hem alle lijden te sparen. Wanneer ze anderen zag dacht ze aan hem en voelde de behoefte hen de genegenheid te schenken die ze hem niet geven kon. Haar liefde was geen sluimerende sentimentaliteit meer, maar een werkdadige eenheid die haar krachten uitstraalde over het omringende.

— Je weet dat moei aan Van Riebeeck gevraagd heeft om met hem te trouwen ? vroeg mevrouw Bollekens aan Stiena.

Matielde barst uit in een schorre lach, de andere lachten ook behalve Stiena die zei:

— Ja, dat mens kan zonder man niet voort, zoals ze het mij uiteengedaan heeft. Ik kan dat nog wel begrijpen.

— Maar ze moest 'n oudere gevraagd hebben.

— Er zijn hier gene op 't dorp.

— Nu, meende Bollekens, men heeft nu juist altijd het geluk niet zelf door 'n vrouw

Sluiten