Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het is de enige wie ik mijn liefde kan besteden en Ons Here wil, om me te straffen, dat ze mijn genegenheid verstoot. Moet ik van mijn zuster scheiden dan heeft mijn leven geen doel meer . . .

— En ik? vroeg hij.

Ze antwoordde niet dadelik. Zijn blik ontmoette de hare, hij keek recht in haar grote, gevoelvolle ogen. Ze was zeer ontroerd en hij ving een blakende straal van genegenheid op.

— Ik moet mijn liefde besteden aan hulpelozen, antwoordde ze eindelik, gij zijt sterk genoeg om er zonder te leven, je kunt mijn zuster van zorgen niet beroven, je zoudt het niet willen. Doe een goed werk en offer je genegenheid voor mij op uit medelijden voor die ellendige en het zal je ten goede gerekend worden.

Zijn gezicht was opniew versomberd en hij was bleek. Hij leunde met het hoofd op zijn hand, de elleboog op de knie en keek naar de grond. Hij was volkomen in zijn verwachting teleurgesteld en kon zich met dat denkbeeld niet verenigen. Te lang reeds droomde hij van een gezellig tehuis en had reeds in de verte gezien: 's winters zat hij met haar

Sluiten