Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voerden we tot in de minste biezonderheid de voorbereidselen uit tot het treurspel. We legden een stapel hout gereed op de kamer langs de straatkant en boven de buitendeur, goten er petrol op, en stelden alles zó dat het vuur zich eraan moest meedelen. We deden het op dié plaats opdat het, daar eerst beneen vallende, aldus zou beletten binnen te dringen langs de deur. De vensterluiken waren langs binnen gesloten.

Cinuelik skhciiêii alle geruchten uitgestorven. Ik ging naar boven, vreef een stekje tegen de muur en miek het vuur aan. Mijn hand beefde niet, alle gevoel scheen uit me weg. Ik ging weer beneen, of liever, werd voortgedreven. De straatdeur was tegenaan. We torten buiten, sloten de deur en vertrokken.

Of er iemand ergens te zien was, weet ik niet. We werden steeds op dezelfde wijze voortgedreven, 't straatje in, naar 't achterpoortje van 't lege huis. We hoorden in alle geval niets, alles was harmonies stil want enig gerucht zou zekerlik op ons ingewerkt hebben. We torten lijze in 't ijl huis doch daar beving ons een hevige angst en we moesten al onze moed bijeen vergaren om te durven in die duisternis staren. Alle ogenblikken

Sluiten