Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meenden we gerucht te horen en dit deed ons heftig opschrikken zodat we een wijle stil bleven staan en meer dood dan levend luisterden.

Hoe we tot aan de trappen geraakten, kan ik niet zeggen. Iets hield ons nog recht dat ik wel het noodlot zou noemen. Het was een vage overtuiging: het moest, omdat we moesten leven. De treden kraakten n£ar onder onze voeten en telkens hielden we stil om iê vernemen of uat g€Wc!u ook nicnisnds aandacht trok. Alles bleef roerloos, natuurlik, in een leeg huis! onze schrik was belachelik. We vatten wat moed, klommen voort en begonnen inwendig te redeneren. Daar binnen verdeelde zich de angst tussen uitkomen en het vraagstuk van de verantwoordelikheid. Het geweten. Doch, waar viel daar al op te redeneren? Een ieder schermt eerst voor zijn eigen leven en doet dit naar zijn vermogen. Dit was toch ook wel de eerste wet die we na-te-leven hadden.

Eindelik zagen we een vage klaarte schemeren. Dat was de klaarte van de brandstapel. Een niewe schrik botste op ons en versteef ons. We keken evenwel toe en zagen het verlossende vuurtje branden, 't Was wel heel

Sluiten