Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun kleren aan, scharrelden hun kinderen uit hun bed en sleepten allerlei voorwerpen naar beneen. Weldra waren ze buiten, de straat op. We hoorden hen aankloppen aan 't huis nevens het lege. Daar kwam ook beweging. Vage vormen van kasten, beddegoed, pakken, tekenden zich afin de grauwte, buiten geduwd uit de zwarte deuropening. Alles verdween even snel daar rechtover, als weggetoverd. Doch niemand klopte bij ons aan.

Intussen hadden de vlammen zich snel uitgebreid, waren zeker aan 't dak beginnen knagen, kropen voort naar ons huis toe voortgedreven door een gunstig windje. Er verscheen opniew klaarte bij ons, dezemaal op de zolder. Weldra zagen we 't vuurgensters regenen en eindelik schoot de vlamme opniew op, breidde zich plots over de hele zolder in duizelingwekkende haast. We begonnen het te begrijpen: Piekvogel moest zijn vensters langs de windkant gelegen, opengesteld hebben. We zagen de vlammen wuiven, hoorden hun jacht. De klaarte drong tot in de lege woning en we werden gedwongen ons te verschuilen. Beneen duurde de verhuizing in alle stilte voort, 't Werd tijd: reeds vielen de gensters in de kamer van 't eerste en ver-

Sluiten