Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

piek gesleept. Ik stond nu stil vóór de brandende huizen, weer bij m'n vrouw, de tanden opeengeklemd, mijn ontwetendheid te verwensen en vuisten makend in m'n zakken tegen m'n eigen. Ik stelde met schrik vast dat ook het derde huis door het vuur aangetast was. En de pompiers kwamen maar niet af! Wat zouden ze hier ook doen ? ze moesten 'n half uur ver om water lopen. Dat de wind toch keerde! dacht ik. De ribben van 't dak van't ander huis smeulden. Doof uit! doof uit! siste ik tussen m'n tanden in heftige spanning.

Wat 'n kracht heeft de gedachte! Na daar zo'n half uur gestaan te hebben keerde de wind. Dat mierakel had ik bewerkstelligd! De mannen konden nu gemakkelik de brand van dat huis uitdoven met enkele emmers water, 't Was 't werk van tien mienuten. In de andere twee huizen was de brand al snel verminderd. De mensen begonnen af-te-trekken. Ik vroeg me af waar wij zouden heen gaan. We waren versteven van kou. Ik was bezig daarover bittere overwegingen te maken en te bedenken dat een arm mens geen vrienden heeft, toen daar iets verder 'n geweldig lawaai opging, ledereen liep daar heen 't was 'n gerucht lijk 't breken en

Sluiten