Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

me heel kalmpjes vroeg te willen verklaren wat ik van de zaak wist. Dat was gauw gedaan: ik wist alleen dat ik het zien branden had.

— Heb je met Jicht rondgelopen soms gisteren-avend?

— We waren niet thuis, we gingen uit juist als 't begon te donkeren.

Daarmee trok de pakkeman heen tot m'n grote vreugde. Met welk genot aanschouwde ik zijn blinkende hielen! Maar helemaal gerust was ik nog niet. Ik had willen weg zijn, gaan vroeten in de gloeiende as om te weten of daar soms niets lag, enig bewijs. Men hoort van zo'n wonderlike dingen die misdaden doen uitkomen of op 't spoor brengen. Brave sukkelaars, mijn gelijken, vooraleer gij u aan zo 'n vergrijp tegen de wet waagt, leer u eerst verfijnen in leugens en bedrog wanneer het nog tijd is, oefen je opdat je het gewoon zijt want dat plotse grote is te zwaar om verporren zo in eens, velen onder jelui, hebben de ontberingen minder sterk gemaakt dan mij, je zoudt het niet kunnen dragen. Die schrik dat het zal uitkomen, dat is iets vreseliks, dat vervolgt je aanhoudend, het is door redenen niet weg te cijferen. Het werpt je in een voortdurende

Sluiten