Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

machteloze, al je wetten en al je afschuw tegen hun verbreek kan je niet beletten morgen in m'n straatje te komen, als de nood je dwingt!

Zodus, ik was op weg, ik moest volstrekt m'n verbrand huis zien. M'n voeten hadden vleugelen, lijk of ze dat heten in de romantiek, ik beefde van 't hoofd tot de voeten, een stadige, kouwe rilling, die me ineen deed krimpen. M'n hoofd was zwaar van koorts. Op m'n schouders zat de vampier die heette: aangekweekte schroom van een braaf burger en eerbied voor alle wetten en instellingen. En die vampier priemde met die wetten en instellingen voortdurend in m'n hersenen. Dat joeg maar aanhoudend m'n zinnen op hol, ik verbeeldde me vage verschijningen te zien met die wetten en instellingen in verband, ja, hun enige werkelikheid: pakkemannen, rechtbanken, gevangenissen. Doch dit belette niet dat ik er uiterlik volkomen onnozel uitzag en sprak me iemand over de oorzaken van de brand ik me heel onschuldig hield met te zeggen dat ik niets wist, volstrekt niets: ik had het enkel zien branden.

Daar was mijn huis, de vier naakte muren,

Sluiten