Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vierkantig holgapende vensterramen. Dat was gedeeltelik mijn werk. Ik beschouwde het met belangstelling en vermeide in biezonderheden. Zo was nu eenmaal mijn aard. Ik voelde nog de schrik in m'n lijf, heel innerlik was deze reeds verdwenen. Ik zag de mensen niewsgierig toezien en was werkelik geruster. Kom! hoe zou dat nu ooit uitkomen ? 't Was belachelik ! En bovendien, had ik het gedaan? Ik begon me voor te stellen dat ik hier voor niets tussen was.

Overigens, waarom ook langer me verliezen in morele overdenkingen zoals ik begon? De mens heeft iets wat hij geweten noemt, dat is een andere drukkende last van zijn mens-zijn. Ook eén van die dingen die je als erfenis meekrijgt en dat je opvoeders steeds maar vergroten. Na zo 'n operasie bezorgt je dat eigenlik geen bangheid, doch de mensen hebben dat geweten immers verbonden met het ewige en van die gedachte kun je je ook al niet ontdoen. Dat is een hamer die je in je draagt, die je steeds wilt wegstoten en die steeds terugvalt. Het geweten hangt af van de mens z'n karakter en gevoel: hoe meer karakter en hoe minder gevoel, hoe minder geweten. Daar ik nu weinig karakter bezit

Sluiten