Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij groette en ging.

Ik liet hem gaan maar was niettemin besluiteloos. Ik moet je verklaren dat het ventje z'n uitzicht me niet beviel. Ik heb 'n afkeer van bedriegers en loense kerels. Dat begrijp je wel. Je begrijpt ook dat ik eerst moest nadenken, het was immers 'n gewetenszaak. Mijn geweten komt steeds in opstand tegen bedriegerijen. Men beweert dat zulks in m'n voordeel pleit. Ik lach daarmee, ik kan het toch niet verhelpen, hee? 't is belachelik me daarvoor te prijzen en, asjeblief, ik hoop dat niemand het doen zal! Nu dan, mijn geweten. Op dit ogenblik, ik beken het, had ik liever geen gehad, dat brengt 'n mens steeds last bij, zoals ik reeds zei, en nooit voordeel, 't Is waar dat je er een verdrag me kunt sluiten altijd indien zulks overeenkomt met de plannen van de baas in je. Ik herinnerde me nu eerst en vooral dat m'n vrouw alles verbazend overdreven had en ik herinnerde me ook waaróm ik m'n boel in as lei. De twede zaak was effen gepraat, ik had het gedaan om t kroos van m'n geld terug te bekomen en daarmee voort te leven in afwachting van m'n brood te kunnen verdienen met werken. Maar nu al deze niewe dingen? als je een-

Sluiten