Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

III

hun onvermijdelijke tekortkomingen, wekken hen gewoonlijk op om de opgemerkte fouten en gebreken door voorslagen die in tegenovergestelde richting leiden, te bestrijden.

Het verband van de opvoedkundige stelsels met den geestelijken gedachteninhoud van een tijdvak is dan ook gewoonlijk gemakkelijker na te gaan, dan het verband tusschen de wijsgeerige concepties, en de denkbeelden die een bepaald tijdvak beheerschen. Toch hangen de opvattingen der groote opvoedkundigen meestal nauw samen met opgangmakende wijsgeerige overtuigingen: soms zijn het de wijsgeeren zelf die aan hun beschouwingen practischen invloed trachten te verzekeren door ze vast te leggen in een opvoedkundig stelsel; dan weer is het een hunner aanhangers die de denkbeelden van zoo groote beteekenis acht dat hij een hervorming der geheele maatschappij door een verandering in de opvoedkundige theorieën tracht te bereiken. Slechts die wijsgeerige stelsels echter vinden hun weerspiegeling in een opvoedkundig systeem, die öf de uitdrukking zijn van beschouwingen die in zekere periode de volksziel bewegen, öf diepgaanden invloed op het volksbewustzijn geoefend hebben.

Een geschiedenis der opvoedkunde kan alleen geschreven worden door een man, die niet alleen breede wijsgeerige en opvoedkundige studiën heeft gemaakt, maar die ook over zooveel geschiedkundig inzicht beschikt, dat hij de opvoedkundige denkbeelden uit de samenwerking der verschillende geestelijke en materialistische factoren weet te verklaren.

Een goede geschiedenis der opvoedkunde bestaat naar mijn meening nog niet. Over de werken die in ons land zich met dien naam tooien willen wij zwijgen: zij bevatten slechts een aftreksel van wat elders verschenen is. Maar ook de werken die in het buitenland zijn uitgekomen, voldoen niet aan de eischen die men aan een geschiedenis der opvoedkunde moet stellen.

Toch is het voor de onderwijzers van hoog belang met de denkbeelden der groote opvoedkundigen bekend te zijn. In afwachting van een breede geschiedenis der opvoedkunde, die naar wij hopen nog eens van de hand van een meerbevoegde zal verschijnen, dient er naar te worden gestreefd, dat onze onderwijzers althans van de paedagogische hoofdwerken voldoende kennis bezitten. Dat velen met mij dit wenschen blijkt wel uit het feit, dat er bijna geen jaar voorbijgaat, of een der examen-opgaven voor de akte van hoofdonderwijzer verlangt bespreking van de denkbeelden van een der groote opvoedkundigen.

De bestaande Hollandsche boeken over de geschiedenis der opvoedkunde kunnen hier niet dienen. De bestudeering der paedagogische klassieken zelf is voor de meeste onderwijzers een onmogelijkheid. Aan dit bezwaar zullen wij trachten tegemoet te komen door in de volgende opstellen de groote opvoedkundigen in hun hoofdwerken te schetsen.

Welke opvoedkundigen dienen voor een bespreking in aanmer-

Sluiten