Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebeurt, wanneer men den aoristus primusx) van het werkwoord 2) vergeten is.

„Men ging, zegt men, in de andere steden van Griekenland redenaars, schilders en toonkunstenaars zoeken, maar in Sparta wet-

♦ gevers, regeerders en legeraanvoerders. Te Athene leerde men goed spreken en hier goed handelen; daar sophistische betoogen ontrafelen en een bedrieglijken woordenstroom onderbreken, hier de strikken van den wellust uiteenhalen en met grooten moed de bedreigingen van de fortuin of van den dood neerslaan ; genen hielden zich bezig met woorden, dezen met de zaken; daar was een voortdurende oefening van de tong, hier een voortdurende oefening der ziel."

Montaigne besluit dan zijn essai, door in denzelfden trant als f Rousseau eenige eeuwen later zou doen, te betoogen, dat de studie

der wetenschappen den mensch doet ontaarden en verweekelijkt. De Turken, de oude Romeinen, de Scythen, de Parthen, Tamerlan, de oude Gothen worden ons ten voorbeeld gesteld in tegenstelling met de Grieken in hun vervaltijd en de Italianen in de dagen van Montaigne zelf, die volgens hem door de beoefening der wetenschappen ontzenuwd en verwijfd, de prooi werden van meer dappere en krijgshaftige volken.

* Men bemerkt uit het bovenstaande, dat Montaigne de onmiddellijke voorganger van Rousseau en van de philantropijnen is. Terugkeer tot de natuur wordt op allerlei wijzen gepredikt. Lichamelijke kracht, zeker van groote beteekenis, wordt zelfs zoo hoog gesteld, dat de waarde van de kennis op zich zelf, die toch ook niet geheel kan worden ontkend, er volkomen door wordt te niet gedaan.

Wij zullen thans overgaan tot den „essai", die volgens het opschrift over de opvoeding handelt, 't Is die volgende op den essai over schoolvosserij. Hij is getiteld: Over de opvoeding der kinderen en heeft tot bijtitel: aan Mevrouw Diane de Foix, gravin de Gurson.

Yan de inleiding van den essai zullen wij hier het eerste gedeelte vertalen :

„Ik heb nog nooit een vader gezien, hoe gebocheld of zeerlioofdig zijn zoon ook was, die naliet hem te prijzen: niet zoozeer, indien hij ten minste niet geheel dronken was door zijn genegenheid, dat hij diens fouten niet opmerkte, maar omdat het zijn kind was. Zoo

Een der verleden tijden van een Grieksch werkwoord.

2) Ik sla.

1

Sluiten