Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl wij, levende in de twintigste, van een behoorlijke toepassing nog zoo ver zijn verwijderd. Er is veel waars in het woord: vooruitgang in het onderwijs is teruggang tot C o m e n i u s.

Hoe moeten wij onderwijzen, om zeker te zijn van de uitkomst? Dit bespreekt C. in het zestiende hoofdstuk. Negen beginselen moeten hiertoe in acht worden genomen.

Eerste beginsel. De natuur let op den geschikten t ij d.

De scholen hebben daarom voor het volgende te zorgen: 1° De vorming van den mensch moet in de lente des levens (d. i. in den knapenleeftijd) aanvangen ; 2° De morgenuren moeten vooral voor het leeren worden uitgekozen ; 3° Alles wat geleerd wordt, moet zoodanig naar den leeftijd worden verdeeld, dat niets mag worden onderwezen, tenzij het ook kan begrepen worden.

Tweede beginsel. De natuur maakt de stof gereed, voor zij begint er een vorm aan te geven.

Hiertegen zondigen de scholen, doordat zij er niet voor zorgen, „werktuigen van allerlei aard, boeken, leien, platen, voorstellingen e. d. tot algemeen gebruik in gereedheid te hebben, maar wanneer zij het een of ander noodig hebben, — overal zoeken, dicteeren, afschrijven enz-, wat, wanneer het een onervaren of nalatigen onderwijzer gebeurt (en zulke dingen gebeuren juist hun het vaakst) op een treurige manier plaats heeft. Deze handelwijze is even dwaas als die van een dokter zou wezen, die zoo vaak een medicijn moest worden ingenomen, eerst door tuinen en bosschen ging loopen, om kruiden en wortels te zoeken en ze daarna wilde koken en distilleeren, terwijl toch de medicijn voor elk geval aanwezig behoort te zijn."

Daarenboven zondigen de scholen bij de studie der talen.

1° „De talen worden in de school vóór de realiën geleerd." „En toch z ij n de dingen het w e z e n 1 ij k e, woorden het toevallige; dingen de lichamen, woorden slechts het kleed; dingen de kern, woorden schalen en omhulselen. Beide moeten daarom tegelijkertijd aan den men schel ij ken geest worden aangeboden; vooral echter de dingen, daar zij zoowel een onderwerp voor het weten als voor de taal zij n."

2° „Geschiedt de studie der talen zelf verkeerd, daar men

Sluiten