Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C. leidt uit dit beginsel den opvoedkundigen regel af: de school moet in een zelfden tijd slechts met één onderwerp bezig zijn. Volkomen duidelijk is het ons echter niet, wat hij hiermee bedoelt. Heeft hij het oog op zijn Latijnsche school, waar in elk leerjaar (hierover later meer) slechts één hoofdvak werd onderwezen, of waarschuwt hij tegen het springen van den hak op den tak bij het onderwijs? Wij zouden het meest geneigd zijn, het eerste te denken. Dat wij het met deze opvatting van C. niet eens zouden zijn, behoeft geen betoog.

Vijfde beginsel. De natuur volvoert al haalver richtingen van binnen naar buiten.

Derhalve moet: voor alles gestreefd worden naar zakelijke kennis, dan het begrepene aan het geheugen worden toevertrouwd en in de derde plaats de taal en de hand worden geoefend.

C. geeft hier een les zoowel aan de onderwijzers van zijn tijd als aan den onzen. In de voorbeelden, die C. aan zijn regel vooraf laat gaan, trekt hij vooral te velde tegen de gewoonte dier dagen, om door dicteeren kennis aan te brengen. Boeken waren n.m. toen nog zeer duur. Wat deden daarom de onderwijzers ? Zonder eenige toelichting dicteerden zij, wat zij wenschten, dat de kinderen zouden leeren. Het gedicteerde moest daarna eenvoudig gememoriseerd worden. Terecht komt R. tegen die kwade gewoonte op. Neen zegt hij: eerst kennis, dan het geheugen, daarna de vaardigheid.

Wij zeiden, dat de onderwijzers van onzen tijd ook deze les van C. wel ter harte mogen nemen. Wij denken hierbij niet in de eerste plaats aan het uit-het-hoofd-leeren van onbegrepen dingen, ufsehouii ook dit nog wel plaats heeft, maar aan sommige uitspraken van mannen, die het anders met ons onderwijs goed meenen, maar door overdrijving er schade aan doen. In den laatsten tijd wordt n.m. wel eens beweerd, dat het onderwijs zóó moet worden ingericht, dat het kind doorTkunnen gerake tot kennen. Dit is een gaan van buiten naar binnen* zou C. uitroepen, eerst de kennis en daarna de vaardigheid, niet eerst de vaardigheid en daarna de kennis.

Zesde beginsel. De natuur begint haar vormingen met de meest algemeene omtrekken, om daarna tot de b ij zonder heden over te gaan.

Ofschoon C. zooals aanstonds zal blijken een groot voorstander der synthetische methode is, heeft hij toch hier deze niet op het

Sluiten