Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehandeld worden moet, opdat de onderwijzer gema.kkeli.jk onderwijst en de leerling gemakkelijk leert.

In tegenstelling met het zestiende hoofdstuk zet C. hier niet de beginselen voorop, om zijn opvoedkundige regels er uit af te leiden, maar begint hij met de vermelding van tien opvoedkundige voorschriften, licht die vervolgens één voor één met een beginsel aan de natuur ontleend toe, om dan elk der tien opvoedkundige regels, nauwkeuriger aan te geven door een afdaling in bijzonderheden.

Wij zullen de tien opvoedkundige regels hier vermelden; de beginselen aan de natuur ontleend, die dus feitelijk de toelichting dier regels zijn, zullen wij niet noemen, omdat de lezer na het voorgaande wel zal kunnen begrijpen, hoe C. te werk gaat. De bijzondere regels zullen wij slechts aangeven, indien zij naar onze meening in het bijzonder genoemd verdienen te worden. Wij zouden wel lust gevoelen uitvoeriger te zijn, maar wij moeten zooveel mogelijk naar beperking streven.

„Indien wij in de voetstappen der natuur treden, vinden wij dat het onderwijs gemakkelijk geschiedt, wanneer

1° het vroegtijdig begint, voordat de geest bedorven is;

2° het met een behoorlijke voorbereiding van den geest begint;

3° van het algemeene tot het bijzondere afdaalt;

4° dan van het gemakkelijke overgaat tot het moeilijke;

5° niemand door overlading van leerstof bezwaard wordt;

6° en men steeds langzaam vooruitgaat;

7° indien men de geesten tot niets dwingt, waarnaar zij niet van zelf verlangen overeenkomstig den leeftijd en in overeenstemming met de methode;

8° en indien men alles door zinlijke aanschouwing leert;

9° en met het oog op een dadelijke toepassing;

10° en alles naar dezelfde vaste methode."

Laten wij thans enkele der regels nog eens nader bezien. In verband met den eersten regel is nog van belang, dat C. wenscht, dat de leerlingen op een bepaald tijdstip slechts één onderwijzer hebben of m. a. w. hij verklaart zich tegen de vakonderwijzers en vóór de klasseonderwijzers. De klasseonderwijzer moet dan in de eerste plaats voor de zedelijke vorming zorgen: de zedelijkheid moet de grondslag van al het andere onderwijs zijn.

Onder een behoorlijke voorbereiding (2<ie regel) verstaat C. het geheel der eischen, waaraan de ouders, de onderwijzers, de leer-

Sluiten