Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vertelling heb zaakonderwijs laat bepalen. Als consequentie van dit beginsel zegt C. nog het volgende, dat wij hier in zijn geheel overschrijven: „Verder volgt hier nog uit, dat voor niemand de volledige kennis eener taal noodzakelijk is; en indien iemand hiernaar streefde, zou dit belachelijk en ongerijmd zijn. Want zelfs Cicero verstond niet tot in kleinigheden de Latijnsche taal (en hij wordt toch voor haar grootsten meester gehouden): hij bekent zelf, dat hij de uitdrukkingen der handwerkslieden niet verstaat; want met schoenmakers, arbeiders had hij immers nooit omgang gehad, zoodat hij noch al hun werk had gezien, noch de benamingen, voor alles wat zij verrichtten, had kunnen leeren. En met welk doel zou hij het ook hebben moeten leeren P"

Voorwaar een zeer nadrukkelijke veroordeeling van het streven van sommigen, om alles wat zoogenaamd practisch is, in de school te brengen. Zoo zijn er die wenschen verschillende landbouwwerktuigen in verkleind model in elke school aanwezig te zien, om daarmee te vertoonen, hoe de landbouwer zijn werk verricht. Een averechtsche toepassing van het beginsel, dat het onderwijs practisch moet zijn, zouden wij dit noemen. De leerlingen, die naderhand landbouwer moeten worden, zullen het in de practijk veel beter leeren, dan dit op de school ooit mogelijk is; zij die een anderen werkkring kiezen, zullen het in de school geleerde na het verlaten der school zoo spoedig mogelijk weer vergeten, omdat zij dit alles in hun later leven zelden meer ontmoeten. Een eigenaardig bewijs, dat de laatste uitspraak illustreert, heb ik hiervoor in mij zelf. Indertijd zijn mij de voornaamste soorten van schepen geleerd en bijna al de deelen dier schepen heb ik van elkaar kunnen onderscheiden. Op dit oogenblik weet ik er zoo goed als niets meer van: het noodzakelijk gevolg van het feit, dat die kennis mij in het latere leven nimmermeer is te pas gekomen.

Behalve het bovenstaande bevat het hoofdstuk over de methode der talen nog een tweetal belangrijke regels : „Elke taal moet meer door het gebruik, dan door regels worden geleerd" en „Bij het opstellen van regels voor een nieuwe taal moet de reeds bekende taal als richtsnoer dienen, zoodat het nieuwe slechts bestaat in een opgave van de afwijkingen, waarin de nieuwe taal zich van de oude onderscheidt." Zoo vinden wij het beginsel van Van Strien bij C. terug. Verder volgt dan nog een vermelding en een be-

Sluiten