Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twintig jaren kunnen in vier tijdperken worden verdeeld. Elk tijdperk telt zes jaren en heeft zijn eigen school.

I. Voor den kinderlijken leeftijd de moeder school.

II. Voor den jongens- en meisjes leeftijd de elementaire

of volksschool.

III. Voor den knapenleeftijd (vlegeljaren) de Latijnsche

school of het gymnasium.

IV. Voor de jongelingsjaren de universiteit en reizen. Een moederschool moet gevonden worden in ieder huis; een

volksschool in elke gemeente, elk dorp, elk vlek; een gymnasium in elke stad; een universiteit in elk land of groot onderdeel van een land.

In de moederschool en de volksschool moet de gezamenlijke jeugd van beiderlei geslacht worden opgeleid; in de Latijnsche school vooral die jongelieden, die iets meer dan handwerksman willen worden; terwijl de hoogeschool bestemd is voor hen, die later onderwijzers en leiders van anderen zullen zijn, opdat aan kerk, school en staat nooit geschikte voorgangers ontbreken.

Men bemerkt uit het voorafgaande al weder, hoe hoog C. zijn eischen stelde en hoe eerst in onze dagen de wenschen van C. meer algemeen worden gekoesterd. Ook wij gaan natuurlijk met C. mee, al zouden wij liever de hoogere burgerscholen verkiezen voor hen, die geen academische opleiding behoeven : men vergete echter hierbij niet, dat deze scholen in C.'s tijd onbekend waren en eerst in onzen tijd zijn opgericht. Maar — hoe doet het ons goed, dat C. voor o n d e r w ij z e r s een academische opleiding w e n s c h e 1 ij k ach t. Hoe vei' is men daar thans nog van verwijderd. Wei bestaat in Duitschland voor onderwijzers de mogelijkheid een academischen graad te verkrijgen en is het dan ook geen zeldzaamheid, dat een gewoon onderwijzer den do'ctorstitel draagt, maar in ons land wordt tot dusver helaas aan onze hoogescholen geen leerstoel voor paedagogiek gevonden en is het met de opleiding der onderwijzers over het algemeen treurig gesteld.

In het achtentwintigste hoofdstuk zet C uiteen, aan welke eischen naar zijn meening de moederschool moet voldoen.

Voor wij er toe overgaan, dit hier te vermelden, wijzen wij op het slot van liet hoofdstuk. Hij belooft ten behoeve der moeders een boekje uit te geven, waarin duidelijk uiteen wordt gezet, hoe het kind in de eerste levensjaren moet worden opgevoed en daar-

Sluiten