Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enboven een prentenboek, dat aan de kinderen van tijd tot tijd in handen zou kunnen gegeven worden.

Aan deze belofte heeft C. voldaan. In 1633 verscheen te Lissa, oorspronkelijk in het Czechisch, daarna in het Duit&ch en in het Latijn zijn leiddraad voor de moederschool (Informatorium scholae maternae.) Nu maakt het wel een vreemden indruk, dat dit werk in 1633 verscheen en dat C. in 1657 in de Latijnsche uitgave het nog belooft, maar de lezer zal zich waarschijnlijk wel herinneren, dat de Didactica oorspronkelijk in het Czechisch reeds in 1632 werd uitgegeven, en daarenboven volgt in de verzamelde werken van 1657 de „Informatorium scholae maternae" op de Didactica, zoodat hiermee de schijnbare tegenstrijdigheid is opgeheven.

Het geschrift bevat hoogst belangrijke opmerkingen over de lichamelijke verzorging naar den stelregel: „mens sana in corpore sano" (in het gezonde lichaam een gezonde ziel); het legt den nadruk op het bijzondere gewicht (ter eerste levensjaren, daar hier de grond voor alle latere ontwikkeling gelegd wordt; het eischt bovenal een goed voorbeeld van den kant der ouders als grondslag voor de godsdienstig-zedelijke opvoeding en breekt den staf over de wijze, waarop de ouders vaak hun kinderen verwennen en over het gemis van een gepaste strengheid bij de opvoeding.

Wij zullen op het geschrift zelf hier niet ingaan. Wel zullen wij vermelden, wat de Didactica omtrent het onderwijs in de moederschool zegt. Wij hebben dan tevens gelegenheid een beschrijving te geven van liet prentenboek, waarop C. doelt. Dit prentenboek, de beroemde „Orbis Sensualium Pictus," verscheen in 1657.

C. vermeldt in het achtentwintigste hoofdstuk welke leerstof in de moederschool moet behandeld worden. Hij brengt de leerstof tot twintig takken van kennis en den godsdienst terug. Op de moederschool moet namelijk onderwezen worden : 1 metaphysica, 2 physica, 3 optica, 4- sterrenkunde, 5 aardrijkskunde, 6 tijdrekenkunde, 7 geschiedenis, 8 rekenkunde, 9 meetkunde, 10 statica, tl werktuigkunde, 12 redeneerkunde, 13 grammatica, 14 rhetorica, 15 poëzie, 16 muziek, 17 huishoudkunde, 18 staatsinrichting, 19 zedenkunde, 20 godsdienst.

Op het eerste gezicht lijkt, dit lijstje bijzonder geleerd, maar wanneer wij nagaan, wat C. er onder verstaat, dan blijkt het, dat hij op het eind van het zesde levensjaar een mate van kennis wenschelijk acht, zooals wij die mogen onderstellen bij een kind,

4 *

Sluiten