Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grippen en zelfs als feit niet juist is. Al wilde men toegeven, dat er geen atheïsten zijn, dan behoefde de algemeene overtuiging van het bestaan van God niet aangeboren te zijn, zij zou door ieder verworven kunnen worden door een geleidelijk gebruik van de rede, zij zou uit de waargenomen doelmatigheid van de inrichting deiwereld kunnen worden opgemaakt. Maar verder: het feit, waarop de theorie van de aangeboren begrippen zich beroept, bestaat in het geheel niet. Er kan geen zedelijke regel genoemd worden, die bij alle volkeren geldt. Zoo is het ook met de log\sche wetten. Indien de wet der tegenstrijdigheid aangeboren was, dan zou zij voor alle andere inzicht tot bewustzijn moeten komen. Lang echter voor een kind de stelling inziet: „het is onmogelijk, dat een ding tegelijkertijd is en niet is," weet het, dat zoet niet bitter en zwart niet wit is. De eerste kennis bestaat echter niet uit algemeene stellingen en abstracte begrippen, maar uit afzonderlijke indrukken van de zinnen. Zou de natuur zoo'n onleesbaar handschrift schrijven, dat de ziel eerst laat zou vermogen te ontcijferen, wat zij er in geschreven had? Nu komt men met de uitvlucht aan, dat de aangeboren begrippen en grondstellingen door gewoonte, opvoeding en soortgelijke uiterlijke omstandigheden verdonkerd en ten slotte geheel verdrongen zouden kunnen worden. Maar als het waar is, dat zij langzamerhand verdwijnen, dan zou men ze daar, waar deze schadelijke invloeden niet gewerkt hebben, in hun volle zuiverheid moeten aantreffen ; bij kinderen en ongeleerden zoekt men ze echter juist vergeefs. Misschien echter bezitten zij deze stellingen onbewust en zijn ze in het verstand gegrift, zonder dat zij er zelf op letten ? Dat zou een tegenstrijdigheid zijn. In de ziel of in het verstand zijn, beteekent juist, verstaan of geweten worden : niemand kan een voorstelling hebben, zonder er van te weten. Indien men daarenboven aan de uitdrukking „oorspronkelijk bezit der ziel" een zoo ruime beteekenis wilde hechten, dat alle waarheden er onder zouden vallen, die de mensch bij een juist gebruik zijner rede mettertijd in staat is te verwerven of te ontdekken, dan moesten niet alleen alle mathematische kennis, maar alle waarheden in het algemeen, alle wetenschappen en kunsten voor aangeboren gelden, men zou zelfs geen grond hebben wijsheid en deugd hiervan uit te sluiten. Derhalve zoo besluit Locke: of alle voorstellingen zijn aangeboren of g e e n. Locke is de laatste meening toegedaan, maar eigenaardig is het wel, dat een andere wijsgeer L e i b n i z de eerstgenoemde uitspraak aanvaardt.

Sluiten