Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de regeering en de zedelijk godsdienstige opvoeding zouden brengen. Wij kunnen natuurlijk niet alles vermelden, maar zullen ons tot het meest kenmerkende bepalen.

Locke wijst er allereerst op, dat de opvoeding reeds vroegtijdig moet beginnen.

„De groote fout die ik heb opgemerkt bij de opvoeding, die men aan zijn kinderen geeft, is dat men niet genoeg zorg draagt t e rechter t ij d te beginnen; dat men den geest niet, toen hij nog teeder was en liet gemakkelijkst kon gebogen worden, gewend heeft om aan het gezag te gehoorzamen en te buigen voor de rede. Daar de ouders door de wijze schikking der natuur hun kinderen beminnen, gaan ze, indien de rede deze natuurlijke geneigdheid niet zorgvuldig bewaakt, licht er toe over om hen te verwennen. Zij beminnen hun kinderen en dat is hun plicht; maar tegelijkertijd koesteren zij ook vaak hun gebreken. Zij mogen niet gedwarsboomd worden ; zij moeten in ieder opzicht hun zin hebben; en aangezien ze in hun jeugd geen groote ondeugden hebben, meenen de ouders, dat zij veilig hun ongeregeldheden kunnen toelaten en dat zij een spelletje mogen maken met die grappige ondeugendheden, die zij meenen dat bij dien onschuldigen leeftijd geheel en al passen. Maar Solon zei terecht tot een liefhebbend vader, die zijn kind niet had willen straffen voor een leelijken streek, doch verontschuldigend opmerkte, dat het maar een kleinigheid was: „j a, maar gewoonte is een g r o o t i g li e i d."

„De lieveling moet leeren slaan en scheldnamen geven, moet hebben wat hij vraagt, en doen wat hij wil. Door toe te geven aan de grillen der kinderen en hen te vertroetelen, als ze klei n zijn, bederven de ouders de grondbeginselen der natuur in hun kinderen en naderhand verwonderen zij zich, dat zij bitter water proeven, terwijl zij zelf de bron hebben vergiftigd. Want wanneer de kinderen zijn opgegroeid en hun slechte gewoonten met hen ; wanneer zij te groot zijn, om vertroeteld te worden en hun ouders ze niet meer als speelgoed kunnen gebruiken, dan klagen zij dat de baasjes ongezeggelijk en bedorven zijn; dan zijn ze verdrietig, dat hun kinderen koppig zijn en zijn ze verstoord over de kwade humeurtjes, die ze zelf hebben opgewekt en verzorgd; en dan misschien te laat, zouden ze blij zijn het onkruid te kunnen uitroeien, dat ze met hun eigen handen hebben geplant en dat nu te diep wortel geschoten heeft, om gemakkelijk te kunnen worden vernietigd."

Sluiten