Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreuken goed begrijpen, b. dat de kinderen inzien de waarheid van het bijbelwoord : indien g ij dit weet, zalig z ij t g ij, zoo gij het doet. (Joh. 13 vers 17) c. dat zij niet te veel uit het hoofd behoeven te leeren, opdat niet de meening ontsta, dat de godsdienst in veel weten bestaan zou. Hoogstens moeten de kinderen elke week een spreuk uit het hoofd leeren, die dan gedurende die week zooveel mogelijk op de verschillende levensomstandigheden moet worden toegepast.

„Met de lezing der heilige schrift zijn wel reeds eenigermate onvermoeide vermaningen verbonden, maar toch moet hiervan nog afzonderlijk worden melding gemaakt, als van een bijzonder middel, waarvan Paulus zegt Epli. VI vers 4 „maar voedt ze (de kinderen) op in de tucht en vermaning des Heeren."

Hoe moet de opvoeder bij het vermanen der kinderen te werk gaan ?

1° De vermaningen moeten duidelijk en begrijpelijk voor de kinderen zijn, opdat zij goed weten, waaraan zij zich hebben te houden.

2° Zij moeten niet met geweld en met slaan tot de kinderen worden gericht, maar met zachtmoedigheid en liefde worden uitgesproken.

3° Men moet niet afhouden van vermanen. „Paulus toch herinnert de volwassenen telken dage, elkander te vermanen."

Fijn zielkundig voegt Francke er de opmerking aan toe, dat de onderwijzer hierbij moet zorg dragen, de vermaningen zoo in te richten, dat de vorm eiken keer nieuw is, zoodat de kinderen het niet vervelend gaan vinden en de vermaningen niet zonder opmerkzaamheid en stichting aan hen voorbijgaan.

40. De onderwijzer moet den juisten tijd voor zijn vermaningen uitkiezen. De morgen en de avond zijn hiertoe bij uitstek geschikt.

5°. Het is aan te bevelen, de vermaningen op de heilige schrift te doen rusten. Francke wil dit, omdat voor hem de heilige schrift Gods woord is. Ook om andere redenen echter is dit wenschelijk: het is goed, dat het kind met vaste klassieke uitdrukkingen herhaaldelijk kennis maakt, waarin lessen van levenswijsheid en godsvrucht zijn neergelegd.

6°. De vermaningen, die men tot de kinderen richt, moeten vaak in verband gebracht worden met het hoofddoel der gansche opvoeding, opdat zij goed leeren inzien, dat alles wat zij doen of laten tot eere Gods moet geschieden.

Sluiten