Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook wij kunnen er mee instemmen, dat in eenvoudige taal in de kinderen het bewustzijn wordt levendig gemaakt, dat hun die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede; maar wij mogen niet verhelen, dat wij het hoogst gevaarlijk, zoo niet ongodsdienstig achten, dat de opvoeder doet, of hij zitting heeft in Gods raadslagen, en op hoogen toon leeraart, dat dit zus of zoo is geschied, omdat God het kwade wilde straffen, het goede beloonen, of de mensch in een bepaalde door hem vastgestelde richting wilde leiden. Ten opzichte van Gods leiding met de menschen past ons nietige schepselen groote bescheidenheid.

5. De opvoeder moet zich bij de lessen der ervaring, die hij het eigendom der kinderen wil trachten te doen worden, steeds herinneren, dat een veelvuldige herhaling dringend noodig is. „Daarom moet de onderwijzer niet ongeduldig worden, indien de kinderen vaak weer op nieuw in strijd met de ervaring handelen ; maar hij moet eiken keer van voren af, hen aan de vroeger opgedane erva ring herinneren, tot het eindelijk in hun hart is vastgelegd." Door de kinderen zoo op te voeden, kan men er van verzekerd zijn, dat jonge lieden vaak ouderen in ervaring zullen te boven gaan.

Als d e r d e middel, om de kinderen tot ware wijsheid te brengen, noemt Francke het verhoeden en uit den weg ruimen van vooroordeelen. Het beste is natuurlijk vooroordeelen te voorkomen, „want als vooroordeelen zich eenmaal bij den mensch hebben gevestigd, kan men hem er niet gemakkelijk meer afbrengen."

Ook voor onze dagen is Francke's raad nog geldig, al was de strijd tegen bijgeloof en verkeerde traditie toen oneindig veel moeilijker en noodzakelijker. Toch mag men ook thans den vijand niet te gering achten, want al zijn vroegere vormen van bijgeloof en vooroordeel verdwenen: nieuwe vormen zijn opgekomen.

Woorden als solidariteit, klasse-bewustzijn, verteedering des harten doen in vele gevallen dienst, om ontbrekende begrippen te vervangen. Ook thans nog geldt Goethe's uitspraak en in de laatste jaren misschien meer nog dan vroeger, dat een uoorcl juist van pas komt, waar de begrippen worden gemist.

De opvoeder heeft de taak (wij denken hier natuurlijk niet in de eerste plaats aan den onderwijzer) volgens Francke's aanwijzing, de valsche gronden van vooropgezette meeningen aan te toonen en het onware van leuzen en phrasen duidelijk aan zijn kweekelingen kenbaar te maken.

Sluiten